91st Meridian International Writing Program The University of Iowa

Herman de Coninck

 

If only he could, just like that, leave her
for another country, another I, another wife—
but if he did, he’d only leave himself behind.
He was tender, like a little boy whose blind

whining she endured, who constantly
complained about his small alarms,
until, finally, he’d grow silent, shedding happy
tears, a wrinkled man of eighty in her arms.

In ancient times there was a legend that averred
she-bears licked their shapeless newborn cubs
into their bear-shape. That’s how carefully

they nuzzle one another.
She gives him his “I” shape
then strokes him into her.

Als hij zomaar van naar weg kon gaan
naar een ander land, een ander ik, een andere vrouw —
¬maar hij laat haar niet achter, maar zichzelf.
Tederheden die hij was, jongetjes van elf

die hij bij haar mocht zijn, zeurend,
bijna vrolijk, over hun kleine gemisjes,
tot hij eindelijk zwijgt, bijna treurend
van groot geluk, mannetje van tachtig.

In de antieke wetenschap ging de mare
dat berinnen hun vormloos geboren jongen
in de berenvorm tikten. Zo omslachtig

zoenen zij elkaar.
Zij krijgt hem in de ik-vorm,
en streelt hem tot de hare.

•••     

Mother

What you do with time
is what a grandmother clock
does with it: strike twelve
and take its time doing it.
You’re the clock: time passes,
you remain. And wait.

Waiting is what happens to
a snow covered garden,
a trunk under moss,
hope for better times
in the nineteenth century,
or words in a poem.

For poetry is about letting things
grow moldy together, like turning
grapes into wine, reality into preserves,
and preserving words
in the cellar of yourself.

Moeder

Wat jij met de tijd doet
is wat een ouwe grootmoedersklok
ermee doet: twaalf uur slaan
en daar alle tijd voor nemen.
Jij bent de klok: de tijd gaat voorbij
maar jij blijft. Jij wacht.

Wachten is wat een tuin overkomt
onder sneeuw, een boomstam
onder mos, hoop op betere tijden
in de I9de eeuw,
woorden in een gedicht.
 

Want poezie heeft te maken met het lang
samen laten beschimmelen van dingen,
het alcohol laten worden van druiven,
het konfijten van feiten, het inmaken
van woorden, in de kelder van jezelf

•••     

Hérault

Evening in the Hérault. The scent of thyme
floats heavy on the air. No need to go anywhere.
It hangs in this valley, like us,
the way you’d like to drift, no matter where,

as long as it’s here. Mist carefully
hovers over this land, the way
one doesn’t touch a sleeping child,
breathing over it.

I don’t really own what I have.
Waves of wind blow an ocean of time
softly, back and forth.
The tide is out.

Hérault

Avond in de Hérault. Thijmgeuren dobberen zwaar
op de lucht, moeten nergens zijn
en blijven hangen, zoals wij in dit domein.
Zoals je zou willen zwerven, het doet er niet toe waar,

als het hier maar is. Nevel gaat
net niet over het land
zoals je een slapend kind
net niet aanraakt, erover ademend.

En je weet: ik heb niet wat ik heb.
De branding van de wind
waait een zee van tijd zacht heen
en weer. Het is eb.

 

Translated from the Flemish by Laure-Anne Bosselaar and Kurt Brown

 


Herman de Coninck
Introduction

download printer-friendly version

Current Issue